De eerste dagen na de bevalling heeft de teef erg veel voedsel nodig om voldoende melk voor de pups te kunnen maken.Zorg er daarom voor dat ze altijd over verse brokken en schoon drinkwater kan beschikken.Blikvoeding en vlees zijn minder geschikt omdat zij veel water bevatten,waardoor uw teef er erg veel van moet eten.In verband met de extra energiebehoefte is het raadzaam de teef al enkele weken voor de bevalling bij te gaan voeren met bv puppyvoer of met high performance.
De navelstreng scheurt meestal spontaan op de goede plaats af.Mocht een navelstreng nabloeden dan kunt u deze afbinden met een stevig garendraad.Mocht de teef na de bevalling onrustig blijven,dan dient u de teef te laten controleren door uw dierenarts.Deze kan voelen of er nog pups aanwezig zijn of niet.Indien nodig geeft de dierenarts haar een injectie om eventueel achtergebleven nageboorten of pups alsnog af te laten komen.Ons advies is om bij elke geboorte van een nest binnen 24 uur na het vermoedelijke einde van de werping de dierenarts de "pup-en moedercontrole" uit te laten voeren.
Verzorging pups:
Pups kunnen hun lichaamstemperatuur de eerste weken nog niet goed op peil houden.Daarom moet de eerste week de temperatuur in hun directe omgeving ongeveer 30 graden zijn.U kunt dit controleren door een thermometer tussen de pups te leggen (liefst geen kwikthermometer).Als het in de nestkist niet warm genoeg is kunt U met een warmte lamp of een verwarmingsdeken de temperatuur verhogen.De fraaiste oplossing is een nestkist met plaatselijke vloerverwarming;de pups kunnen dan de warmte opzoeken en de teef kan op een koeler plekje gaan liggen.Een te lage temperatuur zal er voor zorgen dat de pups snel door hun energievoorraad heen zijn en onderkoeld raken.Hierdoor zullen ze weinig tot niet meer bewegen,niet meer eten en uiteindelijk doodgaan.
Pups moeten vanaf de geboorte direct in gewicht toenemen.Gelijk blijven of zelfs gewichtverlies betekend dat de pup onvoldoende melk opneemt en dit zal binnen korte tijd dodelijk zijn.Ook al heeft de teef voldoende melk dan is dat nog geen garantie dat de pups voldoende binnen krijgen.Daarom moeten de pups in de eerste levensweek dagelijks gewogen worden (op gelijk tijdstip).Een algemene regel is dat pups elke dag 8-10% in gewicht moeten aankomen.Bij pups van kleine rassen komt dit overeen met minimaal 10-20 gram per dag.Pups van grote rassen moeten ongeveer 30-60 gram per dag aankomen.Bij minder of geen groei moet u contact opnemen met uw dierenarts en de pups gaan bijvoeren.Vanaf3-4 weken kunt u langzaam beginnen met het voeren van beetjes blikvoer of geweekte puppybrokjes.
Bijvoeren:
Dit kan gebeuren met een zuigflesje of met een maagsonde.Als voeding moet een preparaat gebruikt worden dat de hondenmelk goed kan vervangen (Welpi-dog,KMR,Lactol etc).Koemelk,geitenmelk en dergelijke hebben een andere samenstelling en zijn niet geschikt.Voor de eerste levensweek heeft een kant-en klaar product,zoals esbilac,de voorkeur.Het zal per preparaat wisselen wat de juiste hoeveelheid voedsel is.Een vuistregel echter is een hoeveelheid melk van 150ml per kg per dag,verspreid over 8 voedingen.Een pup van 300gr moet dus 150x0,3= 45ml per dag eten.Dit zijn dus 8 voedingen van ±6cc.Aan de hand van de groei van de pup kunt u deze hoeveelheid wat bijsturen ( een richtlijn is 8-10% toename in lichaamsgewicht per dag!) Groeit de pup weer dan kunt u langzaam gaan afbouwen.
Sondevoeding:
Dit is een snelle en eenvoudige manier om een pup te voeden.Zeker als het een groot nest is bespaart deze methode u veel tijd.Het is echter een methode die enkel met goede instructies veilig is toe te passen.
De lengte van de sonde (het deel dat de pup gaat inslikken) moet worden afgemeten op de pup.Plaats daartoe het uiteinde van de sonde op ongeveer 3/4 van de ribben en meet de afstand tot de bek.Breng hier een markering aan (tape,merkstift). Naarmate de pups groeien moet deze meting en markering worden herhaald.Houd met uw ene hand het hoofdje van de pup goed stil.Met uw andere hand duwt u de sonde voorzichtig over het achterste van de tong heen en laat deze rustig in de keel naar beneden zakken.De pup zal met slikbeweginkjes de sonde inslikken.Als u weerstand voelt bij het opschuiven van de sonde moet u deze rustig een stukje terugtrekken en opnieuw starten (de sonde mag niet in de longen terecht komen!).De sonde moet zover worden ingebracht dat de markering bij het bekje uitkomt.Laat eerst 1ml water in de sonde lopen ter controle of de sonde goed geplaatst is:als de sonde verkeerd zit dan mondt de sonde in de longen uit en zal de pup gaan hoesten,proesten en/of kuchen;indien de sonde in de maag zit gebeurt er niets.Vervolgens zet u de spuit met de voeding op de sonde en drukt u deze met een rustige vloeiende beweging leeg.Na enkele seconden kunt u de sonde met een rustige beweging uit de pup halen.Na elke voeding van een nest moeten de sonde en de spuiten worden gereinigd.(een rubber sonde mag 10 minuten in kokend water liggen)
Ontwormen en inentingen
De ontworming moet meerdere malen gebeuren,namelijk op 2, 4,6 weken leeftijd én op 2, 4, 6 maanden leeftijd.Vergeet niet om de moeder steeds mee te ontwormen.
Met 6 weken worden de pups de eerste keer ingeënt.Als de pup 9 en 12 weken oud zijn moet dit nogmaals worden herhaald. Afhankelijk van het ras zal ook op 16 weken leeftijd nog een keer tegen parvo worden geënt (grote rassen ,black en tan,en sommige herdershonden).Indien de pups later regelmatig contact met andere honden hebben is het raadzaam ze met de pupentingen ook een kennelhoestenting te geven.Afhankelijk van de entstof en/of het entschema zal deze kennelhoestenting vervolgens tot één jaar bescherming geven